Openingstijden  Dinsdag t/m vrijdag 10:00 tot 16:00 uur  Locatie  Synagoge Borculo Weverstraat 4 7271 AJ Borculo  Contactgegevens  Stichting Synagoge Borculo Secretariaat: A.G.M. Olthof info@synagogeborculo.nl  Tel: 06 2381 3442
HET GEBED VOOR DE REIZIGER Enige tijd geleden werd aan het bestuur van de synagoge een aantal Joodse voorwerpen geschonken door de erven van F.H. Goorhuis. De heer Goorhuis, overleden in 2019 in Zutphen, heeft een groot deel van zijn leven gewijd aan het verzamelen en bestuderen van Joodse literatuur en Joodse symbolen. Een opmerkelijk voorwerp met een verhaal is hier rechts afgebeeld. Het is een z.g. hamsa met Hebreeuwse tekst. Van dit kleinood zijn in ieder geval twee onderwerpen interessant, namelijk wat is er geschreven en wat is een hamsa? Het voorwerp is een handje en heeft een lange geschiedenis. Het is een afbeelding van een open rechterhand. Een beeld dat in de loop van de geschiedenis vaak werd gebruikt en nu nog wordt gebruikt als een teken van bescherming. Door sommigen, voornamelijk moslims en joden, beschouwd als verdediging tegen het boze oog. Men denkt dat de oorsprong ligt in het oude Egypte of Carthago en mogelijk in verband is gebracht met de godin Tanit. De hamsa is populair in het Midden Oosten en Noord Afrika. Het wordt vaak gebruikt in sieraden en wandkleden. Het woord hamsa komt voor in het Arabisch, het Hebreeuws en in de Berbertalen. Hebreeuws: spreek uit chamsa Chamsa komt van chamesh. En chamesh is het getal vijf. Arabisch: spreek uit: khamsah Khamsah betekent vijf, maar ook de ‘vijf vingers van de hand’ Het wordt ook wel het Handje van Fatima (de dochter van Mohammed) genoemd. Er wordt gespeculeerd dat Joden de eersten waren die dit amulet gebruikten vanwege hun overtuigingen over het boze oog. Het symbool van de hand verschijnt in Kabbalistische manuscripten en amuletten. De hamsa is in de joodse cultuur met onderbrekingen in gebruik geweest, vaak gebruikt door joden in de late negentiende eeuw, de vroege twintigste eeuw en vervolgens steeds minder. Het idee van een beschermende hand is al aanwezig in het jodendom daterend uit de Bijbelse tijden, waar het in Deuteronomium 5:15 wordt genoemd, in de tien geboden genoemd als de "sterke hand" van God die de Joden leidde uit Egypte. Onder het Joodse volk is de hamsa een zeer gerespecteerd, heilig en gemeenschappelijk symbool. Het wordt gebruikt in de Ketubah (huwelijkscontracten), evenals items die de Torah vermelden zoals wijzers en het Pesach Haggadah. Het gebruik van de hand als afbeeldingen zowel in als buiten de synagoge suggereert het belang en de relevantie die het Joodse volk associeerde met de hamsa. De hand versierde enkele van de meest religieuze en goddelijke objecten en is sindsdien uit zijn ongewone fase voortgekomen. Ten tijde van de oprichting van de staat Israël werd de hamsa een symbool in het dagelijkse Israëlische leven en tot op zekere hoogte een symbool van Israël zelf. Het is een symbool van seculariteit en een trendy talisman geworden; een "veel geluk" charme op kettingen, sleutelhangers, ansichtkaarten, telefoon- en loterijkaarten en in advertenties. Het is ook verwerkt in hoogwaardige sieraden, decoratief tegelwerk en wanddecoraties. De hamsa is vergelijkbaar met het westerse gebruik van de uitdrukking "klop op hout" of "ongeverfd hout aanraken". Een veel voorkomende uitdrukking in Israël is "Hamsa, Hamsa, Hamsa, tfu, tfu, tfu", het geluid voor spugen, zogenaamd om pech uit te spugen. De tekst Dit is de ‘tefilath haderech’ oftewel het gebed voor de reizigers. Tegenwoordig is er ook een speciaal variant voor luchtreizigers. Het staat in iedere siddoer (een Joods gebedenboek) die ook de gebeden buiten de sjoeldiensten heeft. De vertaling is als volgt: “Het zij U welgevallig, Eeuwige en onze God en God onzer voorouders, ons te doen gaan in vrede en ons te voeren naar het door ons gewenste doel tot leven, tot vreugde en tot vrede (en ons naar ons huis te doen terugkeren in vrede) en ons te redden uit de hand van elke vijand en belager op de weg en van alle soorten straffen, die soms plotseling over de wereld komen, en zegen te zenden op het werk onzer handen en ons te doen zijn tot gunst en genade en barmhartigheid in Uwe ogen en in de ogen van allen, die ons zien, en te horen naar de stem onzer smekingen, want Gij zijt God, die gebed en smeking verhoort; geloofd zijt Gij, Eeuwige, die het gebed verhoort.” Er zijn ook regels waar de reiziger zich aan moet houder, zoals: Bij voorkeur zegt men tefillath haderech als men één mijl – 2000 el – buiten de stadsgrenzen is. Wanneer men onderweg is en ergens heeft overnacht, dan zegt men het ’s ochtends voordat men vertrekt. Men zegt tefillath haderech alleen wanneer men op reis gaat voor een afstand van minstens 4 km en zegt tefillath haderech binnen de eerste 4 km van vertrek uit een stad. Toen vergeten? Dan kan men het nog zeggen gedurende de hele tijd dat men onderweg is, mits men niet minder dan 4 km verwijderd is van de plaats van bestemming. Wanneer je op reis gaat, dan zeg je dus het reisgebed – tefillath haderech. Maar wanneer is er nu sprake van ‘op reis’? Je moet in ieder geval buiten de bebouwde kom reizen. Vanaf hoeveel kilometer buiten de bebouwde kom zeg je tefillat haderech (reisgebed)? En in de dichtbebouwde Randstad, is daar in halachische zin 1) eigenlijk wel sprake van ‘buiten de bebouwde kom’? Geraadpleegde bronnen: - Noach,Ben, Israël - J. Vredenburg, Volledig Gebedenboek der Nederlandsche Israëlieten, 1897 - Sabar, Shalom, The Hamsa in Jewish and Israeli Societies.2010 1) volgens de rabbijnse joose wet: letterlijke vertaling “het pad” of “de manier van lopen”